Eindelijk

Piet Paaltjens, De Schoolmeester, Simon Carmiggelt, Cees Stip, Drs.P., LÚvi Weemoedt, Leo van Zanen - wie hoort in dit rijtje niet thuis? Ik zou het waarachtig niet weten.
De Leidse dichter Leo van Zanen heeft in de ruim dertig jaar dat hij dicht een oeuvre opgebouwd, dat wat mij betreft in kwaliteit en kwantiteit niet onderdoet voor dat van zijn grote voorgangers in het lichte poŰtische genre.
Evenals bij de andere genoemde dichters kenmerkt zijn werk zich door een drievoudige gelaagdheid: een quasi-ernstige vorm en dito taalgebruik; die de verpakking vormen voor een laat ik zeggen koddige inhoud; die weer een verhulling is voor de Weltschmertz van de auteur. Geen gedicht van Van Zanen is geheel zonder ironische ondertoon.

Van Zanen is inmiddels net als zijn illustere voorganger Haverschmidt een Bekende Leidenaar geworden. Tot nu toe zijn zijn gedichten echter nooit gebundeld. Van Zanen heeft mij, zijn oude jeugdvriend, de eer gegund om zijn werk uit te geven. En nu staat het dus allemaal in enkele nette boekjes. De schrijver is gearriveerd. Eindelijk.

Dit is het eerste van een serie van vijf deeltjes. Het bevat verhalende gedichten, opgebouwd uit vierregelige strofen. Het is het meest romantische en meest serieuze deel van zijn oeuvre, ook al ontbreekt ook hier nergens de ironie.
Ik hoop dat lezing ervan u doet uitzien naar optredens van de schrijver, en naar aanschaf van de vier andere deeltjes.

Hans Kroon