Maar voor een jaar verlopen was,
    op een mooie dag in maart,
dacht zij, toen zij een leerboek las:
    'Wat is dit eigenlijk waard?'

De schok die zij daarbij ervoer
    was even erg als pijn:
'Mijn god, wat een geouwehoer!
    Ik wil echt bezig zijn!'

Zij ging 't met praatgroepjes proberen,
    werd lid van comitÚs
om daarin de praktijk te leren.
    En zo ontmoette ze Kees.

Die was zojuist met rechten klaar
    en zij vond hem een ei.
Hij keek altijd zo raar naar haar
    wanneer ze weer iets zei.

Na haast een jaar besloot ze toch
    om weer te gaan studeren.
Ze herbegon, al bleef ze nog
    haar groepjes frequenteren.

Maar ach, ze kreeg steeds minder praats -
    ze voelde zich een flop.
Ze haalde nog haar kandidaats
    en hield er toen mee op.

Toen ging zij. Geen van haar vriendinnen
    heeft haar teruggezien.
Wel kwamen nog verhalen binnen
    langs anderen sindsdien.

En zo kon het nog komen dat
    ze naderhand vernamen
dat ze dan toch een vriendje had -
    ze woonde met hem samen.

Hij heette Kees en had een baan
    bij een bekend kantoor.
En zij had nooit iets fijns meer aan.
    Zo ging iets moois teloor.

Had zij niet meegedaan weleer
    met al die andere snoevers?
Het werd een flat in Zoetermeer
    en een typecursus bij Schoevers.

---