HET WONDER VAN LEIDEN
of: Hoe de Mirakelsteeg aan haar naam kwam

De winteravonden van 1315 vormden het decor
voor het fantastisch fenomeen van een komeet, die toen verscheen.
Die trok gedurende een week of wat zijn onheilspellend spoor
boven de Rijnstad met haar Pieterskerk en Burcht en Gravensteen.

Er werd ge-aad, er werd ge-ood
terwijl hij door de hemel spoot
en nu eens geel zag, dan weer rood.
Er was geen mens die dacht aan brood.

Het jaar daarop was het met Leiden dan ook niet zo best gesteld:
mislukte graanoogsten, hetgeen een strop inhield voor iedereen.
Wat men zo verder indertijd verbouwde in en op het veld
was enkel zware kost die meestal op de maag lag als een steen.

Want peul en wortel, kool en kroot
maakt de cuisine bepaald niet haute.
En ook de niet-macrobioot
nam bij elk maal wel een stuk brood.

Er werd voor veel geld ingevoerd en tegen deze achtergrond
zag bijna niemand nog een been in diefstal of in handgemeen.
Zodat een levendig circuit van zwarte broodhandel ontstond,
waarin met winst werd doorverkocht, dan wel vergokt bij kaart of steen.

Er werd in kroegen, in de goot,
ja zelfs door kinderen op schoot
gedobbeld en gedominood
om het geringste stukje brood.

En op een morgen deed een Leidse aan haar buurvrouw het verzoek:
Heeft u wat brood voor mij te leen? Ik wou wat doen met ui en peen.
Zij kreeg daarop ten antwoord: Neen! En toen ze aandrong klonk de vloek:
Als ik het had zou het meteen mogen veranderen in steen.

De ander, ook niet erg devoot,
sprak iets dat ik hier niet graag quoot,
maar sterker klonk dan sapperloot,
en waar ze heen kon met haar brood.

De leugenachtige verwensing brak de buurvrouw spoedig op
en haar hooghartigheid verdween diezelfde middag om half een.
Want op de plank vond zij in plaats van het verwachte halfje krop
een nu nog altijd in de Lakenhal ten toon gesteld stuk steen.

Zij vond erbarmelijk de dood
bij een enorme volksopstoot,
omdat zij in de hongersnood
niet wilde delen van haar brood.
De lering die dit voorval bood
ervoer de clerus als vrij groot
en niet van heiligheid ontbloot.
Die zag wel brood in dat stuk brood.
Nog jaren lang heeft het kleinood
de naastenliefde gepromoot
en toonde achter glas in lood
de Pieterskerk het stenen brood.
(Tenslotte dit: dat bij exploot
het stadsbestuur destijds besloot
dat nu dat straatje van dat brood
Mirakelsteeg heet. Einde noot.)

---