2. Methusalem

Al vierde hij het dan ook liever niet,
ze zongen toch die morgen vol bezieling
een zelf gecomponeerd verjaardagslied -
zoon Lamech, kleinzoon Noach en diens drieling.

5] Want overgrootvader Methusalem
werd die dag negenhonderddrieënzestig.
‘Ik ben (sprak hij met een gebroken stem)
niet blij met het record dat ik hier vestig.

Na zes van zeven voorzaten - wie kan
10] ik in de toekomst nog ten grave dragen?’
Het jaar daarop stierf Lamech en de man
mocht zich om dit verlies vijf jaar beklagen.

Toen heeft zich God erbarmd over zijn ziel,
waarna er veertig dagen regen viel.

---

Noten bij 'Drie oudvaders' sonnet 2: Methusalem (Genesis 5:25-27)

4 drieling
Gedoeld wordt op Sem, Cham en Japhet (Genesis 6:10), de drie zoons van Methusalems kleinzoon Noach
8 record
vóor Methusalem werd Jered, zijn grootvader, het oudst met 962 jaar (Genesis 5:20)
9 zes van zeven voorzaten
Methusalem overleefde Adam tot en met Henoch, met dien verstaande dat zijn vader op afwijkende wijze het aardse leven verliet: ‘Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg’ (Genesis 5:24).
11-12 het jaar daarop en vijf jaar
Methusalem werd 969 jaar oud (Genesis 5:27)
14 veertig dagen regen
Volgens de rekenkundige gegevens vielen M’s dood en de zondvloed in hetzelfde jaar.

---