DE ZEE
(TunesiŽ)

De zee heeft vele kleuren en een daarvan is wit.
Donderdagochtend vroeg: de koopman zit
weer op de markt en laat zijn stoffen keuren,
bijvoorbeeld nu, door een brutale Brit,
met kleren aan het lijf waarvan de snit
        zijn kennersblikken tart.
Het schuim dat op de kusten vloeit is wit.

De zee heeft vele kleuren en een daarvan is blauw.
De vissersbootjes rukken aan hun touw
als het getij tracht om hen op te beuren.
Daarboven op het kerkhof neemt een vrouw
het grafje van haar kind in ogenschouw.
        Ze huilt wat en ze bidt.
Het water in het haventje is blauw.

De zee heeft vele kleuren en een daarvan is groen.
De boer die nu graag vergelijkt met toen
mocht onlangs bij zijn kleinzoon toch bespeuren
dat die zijn vrienden groet met mannenzoen,
niet zoín moderne handdruk - het fatsoen
        der vaderen getrouw.
Een golf die zich verheft is glanzend groen.

De zee heeft vele kleuren en een daarvan is grijs.
Des avonds wordt elk huis een paradijs
wanneer kanonschoten de rust verscheuren
der ramadan, en men aan drank en spijs
- salade, soep, koeskoes met groenten, ijs -
        zich weer tegoed mag doen.
Het oppervlak bij rustig weer is grijs.

De zee heeft vele kleuren en een daarvan is zwart.
De rotsen van de kaap zijn kaal en hard.
Ďs Nachts zie je torens, tinnen, ramen, deuren
waar overdag nog zelfs geen vlinder dart.
Onder een maanbeschenen wolkenflard
        staat daar dan een paleis
De hemel en de zee zijn verder zwart.

De zee heeft vele kleuren.

---