ZIEN EN KIJKEN

I

Studentenkennismakingsweek ‘El Cid’:
het komt en wil zich hier aan studie wijden,
maar wie Rruy Díaz was – dat weet het niet.
(Wat ook geldt voor wie hen hier begeleiden.)

De stille reus, het heksje met de sjaal -
het zijn nog altijd weer dezelfde types:
gebrild, gelensd; het haar geverfd, of kaal;
op zoek naar axioma’s en principes;

ze hebben pas na drank een grote mond;
kunnen niet wachten, op zichzelf te wonen;
stoer, bang, afstandelijk, of geil en pront;
gekweld door nieuwigheid en door hormonen.

En ze zijn evenmin als destijds ik
gediend van een belangstellende blik.

---

II

Ik woon alweer zo’n vijfenveertig jaren
in deze stad. Ik kwam hier als student.
Mij zijn intussen heel wat Leidenaren
persoonlijk dan wel van gezicht bekend.

De laatste tijd moet ik mij eraan wennen
dat ik mij, tot mijn schrik, wel eens vergis:
Dan denk ik ergens iemand te herkennen,
die al een tijd terug gestorven is.

En dat is ongetwijfeld weer de reden
dat ik, toen ik een oude clubgenoot
ontmoette van wie weet hoe lang geleden,
heel even dacht: Die was toch ook al dood?

Er schijnt hier iemand ook op mij te lijken,
Woonachtig ergens in buitenwijken.

---