Le Chat
Je souhaite dans ma maison :
Une femme ayant sa raison,
Un chat passant parmi les livres,
Des amis en toute saison
Sans lesquels je ne peux pas vivre.

La Chèvre du Thibet
Les poils de cette chèvre et même
Ceux d’or pour qui prit tant de peine
Jason, ne valent rien au prix
Des cheveux dont je suis épris.

Le Dauphin
Dauphins, vous jouez dans la mer,
Mais le flot est toujours amer.
Parfois, ma joie éclate-t-elle ?
La vie est encore cruelle.

La Sauterelle
Voici la fine sauterelle,
La nourriture de saint Jean.
Puissent mes vers être comme elle,
Le régal des meilleures gens.

---

De kat
Wat ik het liefste hebben zou?
Een huis, een niet te domme vrouw,
een kat tussen een heel stel boeken,
en vrienden die bij winterkou
en zomerweer mij vaak bezoeken.

De Tibetaanse geit
Het haar van Jasons Gulden Vlies
of van de Tibetaanse geit
stelt niets voor vergeleken bij
het kapsel van mijn lieve meid.

De dolfijn
De zee waar de dolfijn in speelt
is van zichzelf heel wreed.
Ik zou best vrolijk willen zijn,
maar er is zoveel leed.

De sprinkhaan
Slechts sprinkhaan stond op het menu
van Johannes de Doper.
Ik wens mij voor mijn poezie
een even kieskeurige koper.

---